Er staat steeds een toelichting op het element, de manier waarop het in de praktijk is ingezet bij Albeda of Firda en er zijn praktische tips en tricks te lezen.
Nazorg
De arbeidscoach richt zich op het aanleren van werknemers-, communicatie-, en sollicitatievaardigheden. Door concrete instructies te geven, kan het zelfvertrouwen van de student toenemen. Doordat het zelfvertrouwen van de student groeit, gaat hij/zij goed voorbereid op sollicitatie.
Talentontwikkeling
De externe huiswerkbegeleider ondersteunt studenten bij het ontwikkelen van leerstrategieën en helpt hen bij het plannen en organiseren van hun schoolwerk. Zo helpt de begeleider, de studenten met het gebruiken van fysieke planners of agenda's om hun activiteiten te organiseren. Doordat de student leert schakelen tussen creatieve modus (bijvoorbeeld muziekproductie) en ‘zakelijke’ modus, ontwikkelt hij/zij belangrijke zakelijke vaardigheden, zoals plannings- en organisatievaardigheden die nodig zijn als professional.
Handelingsrepertoire
PRAKTISCHE TIPS
Onderstaande tips kunnen ter inspiratie dienen voor begeleiders bij het ontwikkelen en toepassen van het handelingsrepertoire van studenten.
Relevantie schetsen: Leg het belang van zakelijke vaardigheden uit in de context van het beroep.
Goede voorbeelden delen: Organiseer groepsbijeenkomsten waarin praktijkprofessionals en (oud)-studenten concrete praktijkvoorbeelden delen. Kies hierbij herkenbare thema’s zoals, omgaan met fouten en grenzen aangeven en zorg dat studenten hier ook op kunnen reflecteren.
Ondersteuning: Bied ook de mogelijkheid tot individuele coachingsgesprekken waarin ruimte is voor eigen ervaringen en/of je reflecteert met de student op de wekelijkse planning.
Reflecteren: Moedig studenten aan om situaties van anderen te spiegelen aan hun eigen ervaringen.
Help overzicht te creëren: Laat studenten werken met een fysieke agenda en leg het doel uit: overzicht, balans, acties plannen.
Trainen van sollicitatievaardigheden: Het kan studenten helpen om standaard sollicitatievragen met hen te oefenen, zoals “Vertel eens iets over jezelf”, “Wat zijn je sterke en zwakke punten?” en “Waarom wil je deze baan?”. Focus hierbij met de student ook op non-verbale communicatie. Laat studenten bijvoorbeeld oefenen met oogcontact, een goede handdruk en een open houding.
Laat studenten na rollenspellen reflecteren op wat goed ging en wat beter kon.
Successenlijst: laat studenten hun eerdere prestaties opschrijven, hoe klein ook, en koppel die aan vaardigheden. Vier deze successen ook, bijvoorbeeld als een student voor het eerst een brief durft te schrijven.
Carrièrecoach
PRAKTIJKVOORBEELDEN
In het traject is er aandacht voor verschillende thema’s (kennismaken, fouten maken, keuzes maken, positief terugblikken en vooruitkijken) in groepsbijeenkomsten en (facultatieve) individuele gesprekken. De carrière-coach is altijd een professional met praktijkervaring en brengt zo context-specifieke kennis in. De student reflecteert onder begeleiding op uitdagingen en successen en overweegt adviezen en spiegelt deze aan zijn/haar ervaringen. Dit helpt studenten dilemma's te verhelderen, onzekerheden onder ogen te zien en een beter beeld te krijgen van hun professionele rol en hierin te ontwikkelen. De coach stelt hierbij gerichte vragen, wat helpt om kritisch denken te stimuleren en studenten aan te moedigen om zelfstandig adviezen en oplossingen te beoordelen. Ook wordt er gewerkt met scenario's samen met een (oud)-professional, zo kunnen studenten oefenen met communicatiestrategieën om werkplekproblemen op te lossen. Het doel: de ontwikkeling van reflectie-, communicatie- en werknemersvaardigheden.
Handelingsrepertoire gaat over het aandacht hebben in de begeleiding voor de kennis en vaardigheden die een student nodig heeft om werk te vinden of om de stage succesvol af te ronden. Het kan hierbij gaan om sollicitatievaardigheden, werknemersvaardigheden, zoals plannen en punctualiteit, communicatievaardigheden, en reflectievaardigheden. Het aanleren van voor de student relevante handelingsrepertoire draagt bij aan de ervaren competentie van de student. Door het opbouwen van kennis, vaardigheden en ervaring kan de student de opleiding of stage succesvol voltooien.
Hoe kan je het vormgeven?
Het ontwikkelen van het Handelingsrepertoire kan in de praktijk verschillende vormen hebben. De onderstaande voorbeelden zijn ter inspiratie van hoe je dit zelf ook in de onderwijspraktijk kan inzetten. Ieder voorbeeld draagt via een ander mechanisme bij aan het aanleren van voor de student relevante handelingsrepertoire. In voorbeeld 1 gaat het om adviezen overwegen en spiegelen, bij voorbeeld 2 is dit leren schakelen tussen creatieve en zakelijke modus en bij voorbeeld 3 over het stimuleren van zelfvertrouwen. Deze voorbeelden kunnen dienen als inspiratiebron als je met studenten wilt werken aan specifieke vaardigheden.
PRAKTISCHE TIPS
Hieronder staan een aantal werkvormen of manieren waarop je handen en voeten kunt geven aan dit element.
Reflectievragen in gesprekken:
Stimuleer studenten om na te denken over hun drijfveren door middel van concrete vragen die aansluiten bij hun belevingswereld. Vragen zoals:
Wat zou je willen doen als je klaar bent met school? Waarom?
Kun je je een moment herinneren waarop je trots was op jezelf, waarom was dit?
Wanneer wil je écht iets afmaken?
Wat voor soort opdrachten of taken vind je leuk om te doen? Waarom?
‘Wensen & behoeften’ kaart:
Laat studenten bijvoorbeeld een kaart invullen waarop ze hun wensen en behoeften benoemen op verschillende onderdelen uit hun leven, zoals opleiding, werk, vrije tijd en gezondheid. Of laat ze dit doen in de vorm van een collage of moodboard. Dit helpt om het gesprek concreet te maken en om vanuit een breder perspectief te kijken dan enkel vanuit de opleiding.
‘Motivatie-meter’:
Laat studenten bijvoorbeeld op vaste momenten hun motivatie scoren op een schaal, bijvoorbeeld een thermometer en kort toelichten waarom ze dat cijfer hebben gekozen. Wat zijn mogelijke oorzaken waardoor de motivatie afneemt?
Externe begeleiders kunnen, waar nodig, vanuit een breder perspectief reflecteren.
‘Dilemma op dinsdag’:
Laat studenten bijvoorbeeld oefenen met het maken van keuzes in gesimuleerde situaties (bijv. kiezen tussen twee stages of tussen werken en doorstuderen) of kiezen tussen twee dilemma’s. Bespreek wat de student motiveerde om die keuze te maken en wat ze daarin belangrijk vonden.
Actie-experimenten:
Moedig studenten aan om kleine acties te ondernemen op basis van hun wensen. Bespreek daarna wat ze hebben geleerd over zichzelf.
Nazorg
In de sessies kijkt de arbeidscoach samen met de student waar de student tegenaan loopt in de overstap naar werk of een vervolgopleiding. De arbeidscoach stimuleert de student om zelf oplossingen en mogelijkheden te bedenken en om deze ideeën vervolgens in de praktijk te testen. Dit doet de coach door een ondersteunende sfeer te creëren middels uitnodigende taal, zoals 'Wat zou voor jou een eerste kleine stap kunnen zijn?' of 'Hoe zou jij dit willen aanpakken?'. Dit helpt om het denkproces bij studenten te activeren en na te denken over uitdagingen en oplossingen, om vervolgens zelf stappen te zetten. Zo doen studenten praktijkervaring op met hun bedachte oplossingen. Hierdoor leren studenten begrijpen waarom bepaalde vaardigheden en kennis belangrijk zijn en krijgen ze meer inzicht in hun sterke en zwakke punten en ook in hun wensen en mogelijkheden. Door hierin inzicht te krijgen, gaat de student eigenaarschap ervaren over de (school)loopbaan en is beter in staat keuzes te maken over diens toekomst.
Talentontwikkeling
PRAKTIJKVOORBEELDEN
De externe huiswerkbegeleider houdt individuele reflectiegesprekken met studenten wanneer zij hier zelf behoefte aan hebben of wanneer de slb’er merkt dat de studievoortgang in gevaar komt. Tijdens deze gesprekken reflecteert de huiswerkbegeleider op een holistische manier met de student waar de studieproblemen vandaan komen en kunnen studenten persoonlijke problemen aankaarten. Het externe bureau biedt brede ondersteuning, zoals inhoudelijke begeleiding, leren leren en omgaan met motivatie en stress. Doordat het bureau extern is, kunnen de begeleiders helpen om vanuit een breder perspectief dan alleen vanuit het perspectief van de opleiding te reflecteren. Doordat de student zijn/haar wensen en behoeften leert kennen, ziet hij/zij in dat de opleiding een onderdeel is van hun professionele en persoonlijke ontwikkeling en kan het hen helpen om in te zien waar ze het beste prioriteiten kunnen leggen en om studeerproblemen aan te pakken.
Zelfinzicht
Het element zelfinzicht gaat erover dat studenten zichzelf beter leren kennen. Ze krijgen een beter beeld van hun eigen wensen en behoeften, over wat hen motiveert om hun opleiding af te ronden en om passend werk te vinden. Doordat de student inzicht krijgt in wat diens wensen en behoeften zijn, raakt deze gemotiveerd om de opleiding te voltooien en passend werk te vinden.
Hoe kan je het vormgeven?
Het ontwikkelen van zelfinzicht kan in de praktijk verschillende vormen hebben. De onderstaande voorbeelden zijn ter inspiratie van hoe je dit zelf ook in de onderwijspraktijk kan inzetten en bevorderen. Ieder voorbeeld draagt via een ander mechanisme bij aan het vergroten van het zelfinzicht van de student. In voorbeeld 1 gaat het om het leren kennen van je eigen wensen en behoeften en bij voorbeeld 2 is dit het inzicht krijgen in je eigen mogelijkheden en wensen. Deze voorbeelden kunnen dienen als inspiratiebron als je met studenten wilt werken aan inzicht.
PRAKTISCHE TIPS
Onderstaande tips kunnen ter inspiratie dienen voor begeleiders bij het ontwikkelen van en werken aan het zelfvertrouwen van de studenten.
Vaste reflectiemomenten:
Laat studenten op vaste momenten kort stilstaan bij praktijksituaties. Dit kan aan de hand van een reflectieformat, -dagboek of een voice-note waarin zij volgens een vaste structuur hun inzichten noteren. Dit helpt studenten om bewust hun aanpak bij te stellen en om te leren van wat wel of niet werkte.
Veilige gespreksomgeving:
Creëer een sfeer waarin fouten maken normaal is. Benoem expliciet dat gesprekken vertrouwelijk zijn en dat reflectie bedoeld is om te groeien.
Motiverende gespreksvoering:
Gebruik open en activerende vragen die studenten helpen om zelf richting te kiezen, zoals:
Wat wil je deze week proberen?
Hoe zou je dat kunnen aanpakken?
Wat is belangrijk voor jou in deze situatie?
Peer-ondersteuning:
Laat studenten onderling voorbeelden uitwisselen van experimenten die zij in de praktijk hebben uitgeprobeerd. Bespreek samen wat werkte en waarom.
Gerichte reflectievragen:
Gebruik concrete vragen om studenten te helpen structuur aan te brengen in hun reflectie, zoals:
Wat ging goed deze week?
Waar liep je tegenaan?
Wat zou je de volgende keer anders kunnen doen?
Wat wil je verder ontwikkelen of leren?
Leerdoelen & kleine experimenten:
Laat studenten leerdoelen formuleren en deze bijstellen op basis van hun ervaringen. Focus hierbij op kleine, haalbare acties, bijvoorbeeld: ‘Deze week ga ik tijdens een zorgmoment één keer zelf het gesprek starten door te vragen hoe de dag van de cliënt is.’ Maak vooruitgang zichtbaar door regelmatig terug te blikken op eerdere doelen en stil te staan bij kleine successen. Benoem daarbij expliciet wat een stap vooruit was.
Successenlijstje:
Laat studenten hun (kleine) successen fysiek of digitaal verzamelen in een persoonlijk ‘successenlijstje’. Dit maakt groei zichtbaar en vergroot het zelfvertrouwen.
Experimenteren in een authentieke setting:
Creëer ruimte voor experimenten en praktijkervaring in een professionele setting. Laat studenten bijvoorbeeld zelf ook meedenken en een evenement organiseren waarin zij praktijkervaring kunnen op doen en contacten moeten leggen met mensen uit het werkveld.
Co-creatie
De praktijkexpert spreekt de student op de stage wanneer de student daar behoefte aan heeft. De praktijkexpert begeleidt studenten bij het reflecteren. De focus ligt hierbij op: sterke kanten, eigen gedrag, beslissingen en leerprocessen en dus niet alleen op resultaat. Vragen worden vanuit een motiverende gepreksvoering gesteld zoals: wat ging goed? waarom gingen bepaalde dingen goed of minder goed? De student reflecteert op de stage, dit helpt om bewustwording te vergroten en om een beter beeld te krijgen van de invloed van het eigen gedrag en houding op het leerproces en de stage, zelf regie te nemen en oplossingen te bedenken. Het zelf oplossingen bedenken en keuzes maken versterkt de autonomie, het zelfvertrouwen en de professionele identiteit van de student. Daarnaast helpt de motiverende gespreksvoering en het richten op sterke kanten om een omgeving te creëren waarin studenten zich gesteund voelen, vragen durven te stellen en fouten durven te maken.
Talentontwikkeling
Bij dit voorbeeld wordt door studenten, docenten en alumni een netwerkfestival georganiseerd, waarbij de student optreed op een echt podium voor een publiek en hij/zij oefent in een professionele omgeving. Het oefenen in een professionele omgeving maakt de overstap naar het werkveld makkelijker en zorgt ervoor dat de student succeservaringen opdoet met het optreden. In combinatie met positieve feedback vergroot dit het zelfvertrouwen van de studenten en het gevoel van verbondenheid met het werkveld. Daarnaast hebben studenten de mogelijkheid om professionals te ontmoeten. Door deze ervaringen groeit de student als professional.
Carièrecoach
PRAKTIJKVOORBEELDEN
In groeps- en individuele sessies geeft de carrièrecoach tips vanuit zijn/haar praktijkervaring en begeleidt hij/zij de student om concrete handelingen en gesprekken op stage uit te proberen. De coach gaat vervolgens in gesprek met de student om te reflecteren op wat de student in de praktijk heeft gebracht en hoe dit is verlopen. Op basis hiervan kan de student samen met de coach nadenken over eventuele vervolgstappen. De coach denkt mee en luistert, waardoor studenten zich veilig en competent genoeg voelen om zelf oplossingen te bedenken en te experimenteren. Door de experimenteerruimte krijgen studenten meer grip op het handelen op stage, wat leidt tot positieve stage-ervaringen en het goed benutten van stages voor professionele ontwikkeling: de student leert regie nemen en oplossingen bedenken. Deze kleine succeservaringen en constructieve feedback vergroten het zelfvertrouwen.
Zelfvertrouwen
Studenten ontwikkelen het zelfvertrouwen om kansen te grijpen, vragen te stellen en uitdagingen aan te gaan. Doordat de student tips krijgt, kan reflecteren of (onder begeleiding) kan oefenen en uitproberen, groeit het zelfvertrouwen van de student en kan deze meer regie nemen en oplossingen bedenken voor problemen. Het helpt de student om de opleiding soepel te doorlopen. Ook draagt zelfvertrouwen bij aan de motivatie van de student. Dankzij zelfvertrouwen creëert de student ook leermogelijkheden, door bijvoorbeeld vragen te stellen of moeilijke taken en opdrachten in de opleiding op zich te nemen.
Hoe kan je het vormgeven?
Het ontwikkelen van zelfvertrouwen kan in de praktijk verschillende vormen hebben. De drie onderstaande voorbeelden zijn ter inspiratie van hoe je dit zelf ook in de onderwijspraktijk kan inzetten. Ieder voorbeeld draagt via een ander mechanisme bij aan het groeien van zelfvertrouwen bij de student. In voorbeeld 1 gaat het om experimenteerruimte, bij voorbeeld 2 is dit succeservaringen opdoen en bij voorbeeld 3 over de reflectie op eigen handelen. Deze voorbeelden kunnen dienen als inspiratiebron als je met studenten wilt werken aan zelfvertrouwen.
PRAKTISCHE TIPS
Onderstaande tips kunnen ter inspiratie dienen voor begeleiders bij ondersteuning rondom de verbinding van school en praktijk bij de studenten.
De praktijk concreet maken in de klas. Breng de beroepspraktijk zichtbaar naar binnen door middel van realistische voorbeelden en contact met professionals. Nodig bijvoorbeeld professionals uit het werkveld uit om echte voorbeelden, dilemma’s en ervaringen te delen. Organiseer bijvoorbeeld speeddates waarin studenten korte gesprekken voeren met verschillende professionals.
Voorbereiden op contact met professionals: Help studenten om met meer vertrouwen gesprekken aan te gaan met mensen uit het werkveld. Oefen gesprekken of speeddates in de les, waarbij studenten leren vragen stellen, zich voorstellen en actief luisteren. Geef studenten een korte ‘praatkaart’ mee met vragen als: Wie ben ik? Wat wil ik leren? Wat wil ik vragen?
Kennismaken met verschillende werkplekken: Stimuleer studenten om breed te oriënteren voordat zij keuzes maken. Organiseer of stimuleer korte kijk- of meeloopdagen bij verschillende organisaties en laat studenten na afloop noteren: Wat past bij mij? Wat niet?
Kleine, haalbare praktijkopdrachten: Laat studenten op een laagdrempelige manier ervaring opdoen in de praktijk.
Bouwen aan het netwerk van studenten: Help studenten om actief contacten te leggen in het werkveld. Organiseer netwerkactiviteiten zoals bedrijfsbezoeken, meeloopdagen of online kennismakingen met professionals.
Overzichtelijke en afgestemde begeleiding: Maak helder wie welke rol heeft in de begeleiding en hoe dit voor studenten zichtbaar wordt.
Nazorg
In de sessies brengt de arbeidscoach de student in contact met potentiële werkgevers en voert de coach een arbeidsmarkt gesprek. Hierdoor krijgen studenten toegang tot arbeidsmarktinformatie en mogelijkheden om hun netwerk uit te breiden. Ook organiseren de coaches netwerkbijeenkomsten en bieden ze stages en werkervaringsplekken aan om studenten een beter beeld van het werkveld te geven. Doordat de student het werkveld leert kennen, wordt zijn/haar netwerk vergroot. Ook leren studenten meer over concrete mogelijkheden en krijgen ze een beter begrip van de arbeidsmarkt. De persoonlijke begeleiding en expertise uit het netwerk inspireren en motiveren studenten om actief met hun loopbaan aan de slag te gaan. Studenten voelen zich beter voorbereid, hebben toegang tot relevante contacten en weten ze zichzelf te positioneren. Deze begeleiding zorgt voor een soepelere overgang van school naar werk.
Co-creatie
De praktijkexpert is de schakel tussen school (slb’er) en stage (werkbegeleider). De verantwoordelijkheid voor de begeleiding is daarmee verdeelt. De praktijkexpert observeert de student op de werkvloer, geeft praktijkgerichte feedback en volgt de leerontwikkeling. De werkbegeleider blijft verantwoordelijk voor de dagelijkse begeleiding op de stageplek en de slb’er coördineert de voortgang van de student vanuit de opleiding, bewaakt dat de leerdoelen van de stage aansluiten op het bredere studieprogramma en biedt ondersteuning bij problemen. De praktijkexpert heeft zowel regelmatig contact met de werkbegeleider als met de slb’er en samen maken ze heldere afspraken over verantwoordelijkheden. Dit zorgt voor een nauwe samenwerking tussen school en stage en voor afgestemde, consistente begeleiding voor de student. Door deze afgestemde begeleiding/bijsturing vanuit verschillende perspectieven, is er op school beter zicht op hoe het met de student gaat en weet de student ook beter wat er verwacht wordt en voelt die zich gesteund in diens ontwikkeling.
Talentontwikkeling
Bij deze aanpak werd er een netwerkfestival georganiseerd. In de organisatie van dit festival werken studenten samen met professionals en alumni uit de muziekscene. Het festival is gericht op ontmoeting, het delen van ervaringen, netwerken en het afstemmen van vraag en aanbod. Studenten en alumni kunnen live optreden voor een publiek en voor de aanwezige talentscouts en vertegenwoordigers van de muziekindustrie. Ook kunnen ondersteuners, zoals technici en cateraars, helpen bij het festival. Het optreden voor een live publiek stimuleert inspiratie en samenwerking. Door die nauwe samenwerking met het werkveld kan de student al tijdens de opleiding op een laagdrempelige, informele manier contacten leggen en een professioneel netwerk opbouwen en zo onderdeel worden van de muziekcommunity. Hierdoor is de brug tussen school en werk minder groot en biedt het kansen voor samenwerkingen en het vinden van betaald werk.
Carièrecoach
PRAKTIJKVOORBEELDEN
De coach komt oorspronkelijk uit de praktijk. Doordat de carrièrecoach deze praktijkervaring meeneemt in de coaching, bijvoorbeeld door het delen van eigen drijfveren, praktijkgerichte tips of ideeën, wordt praktijkervaring ingebed in de opleiding en dat verlaagt de drempel voor studenten tussen onderwijs en praktijk. Daarnaast helpt de coach studenten om gesprekken te voeren met professionals in het werkveld. Dit geeft studenten de mogelijkheid het (bredere) werkveld te leren kennen en loopbaanplannen te maken die aansluiten bij hun ambities en mogelijkheden. De kloof tussen onderwijs en praktijk wordt hierdoor kleiner en de kans op het behoud van studenten en uitstroom naar een passende context groter.
Verbinding school & praktijk
Praktijkgerichte leeromgevingen en persoonlijke begeleiding kunnen de motivatie versterken. Door de praktijk in de opleiding te integreren, bijvoorbeeld door ervaringen van professionals een plek te geven of studenten onder begeleiding in een professionele setting te plaatsen, is de student gemotiveerd om de opleiding af te ronden. Door veilig te leren en oefenen in een realistische praktijkcontext, wordt de overgang tussen opleiding en praktijk bij een eerste baan ook minder groot.
Hoe kan je het vormgeven?
Het werken aan de verbinding tussen school en praktijk kan verschillende vormen hebben. De onderstaande voorbeelden zijn ter inspiratie van hoe je dit zelf ook in de onderwijspraktijk kan inzetten. Ieder voorbeeld draagt via een ander mechanisme bij aan het verbinden van school en praktijk. In voorbeeld 1 gaat het om een coach die uit de praktijk komt en zo praktijkervaring met zich meebrengt, bij voorbeeld 2 ligt de focus op de samenwerking met professionals in het veld, bij voorbeeld 3 gaat het om het zorgen voor afgestemde begeleiding en bij voorbeeld 4 gaat het over het werkveld leren kennen. Deze voorbeelden kunnen dienen als inspiratiebron als je met studenten wilt werken aan een soepele overgang tussen de opleiding en praktijk.
PRAKTISCHE TIPS
Onderstaande tips kunnen ter inspiratie dienen voor begeleiders bij ondersteuning rondom netwerken bij studenten.
Netwerkvaardigheden oefenen in de klas. Creëer een laagdrempelige en veilige omgeving waarin studenten kunnen oefenen met kennismaken en zichzelf presenteren.
Voorbeeldvragen formuleren. Help studenten om goed voorbereid in gesprek te gaan met mensen uit het werkveld. Laat hen bijvoorbeeld vooraf vragen formuleren die zij kunnen stellen tijdens een bedrijfsbezoek, stage of gastles.
Stapsgewijs netwerkmomenten opbouwen. Introduceer netwerkervaringen in kleine, haalbare stappen zodat studenten vertrouwen opbouwen in het contact maken met professionals. Denk hierbij aan gastlessen, speeddates met alumni, rondleidingen in bedrijven of meeloopmomenten met een professional.
Een persoonlijke ‘netwerkkaart’ maken: Laat studenten visueel in kaart brengen welke mensen in hun netwerk zitten en waar kansen liggen om dit netwerk uit te breiden. Bespreek met hen wie hen zou kunnen helpen of wat ze zouden willen leren.
Netwerk-successen vieren: Maak ook kleine stappen zichtbaar. Door successen te vieren groeit het vertrouwen van studenten om nieuwe contacten te leggen.
Nazorg
In de sessies brengt de arbeidscoach de student in contact met potentiële werkgevers en voert de coach een arbeidsmarkt gesprek. Hierdoor krijgen studenten toegang tot arbeidsmarktinformatie en hebben zij mogelijkheden om hun netwerk uit te breiden. Ook organiseren de coaches netwerkbijeenkomsten en bieden ze stages en werkervaringsplekken aan om studenten een beter beeld van het werkveld te geven. Doordat de student het werkveld leert kennen, wordt zijn/haar netwerk vergroot.
Talentontwikkeling
PRAKTIJKVOORBEELDEN
Bij deze aanpak werd er een netwerkfestival georganiseerd. In de organisatie van dit festival werken studenten samen met professionals en alumni uit de muziekscene. Het festival is gericht op ontmoeting, het delen van ervaringen, netwerken en het afstemmen van vraag en aanbod. Studenten en alumni kunnen live optreden voor een publiek en voor de aanwezige talentscouts en vertegenwoordigers van de muziekindustrie. Ook kunnen ondersteuners, zoals technici en cateraars, helpen bij het festival. Het optreden voor een live publiek stimuleert inspiratie en samenwerking. Door die nauwe samenwerking met het werkveld kan de student al tijdens de opleiding op een laagdrempelige, informele manier contacten leggen en een professioneel netwerk opbouwen en zo onderdeel worden van de muziekcommunity.
Netwerken
Netwerken ondersteunt een soepele overgang naar het werkveld. Informele netwerken bieden kansen voor samenwerking en het vinden van betaald werk, een traditioneel kenmerk van succes na het behalen van een diploma. Het netwerken stelt de student in staat om een soepele overgang naar het werkveld te kunnen organiseren.
Hoe kan je het vormgeven?
Het bevorderen van netwerken kan in de praktijk verschillende vormen hebben. De onderstaande voorbeelden zijn ter inspiratie van hoe je dit zelf ook in de onderwijspraktijk kan inzetten. Ieder voorbeeld draagt via een ander mechanisme bij aan het ondersteunen van studenten in netwerken. In voorbeeld 1 gaat het om samenwerken met professionals in het veld en bij voorbeeld 2 gaat het om het werkveld leren kennen. Deze voorbeelden kunnen dienen als inspiratiebron als je met studenten wilt werken aan netwerken.
Er staat steeds een toelichting op het element, de manier waarop het in de praktijk is ingezet bij Albeda of Firda en er zijn praktische tips en tricks te lezen.
studentniveau
Handelingsrepertoire
PRAKTIJKVOORBEELDEN
Onderstaande tips kunnen ter inspiratie dienen voor begeleiders bij het ontwikkelen en toepassen van het handelingsrepertoire van studenten.
Relevantie schetsen: Leg het belang van zakelijke vaardigheden uit in de context van het beroep.
Goede voorbeelden delen: Organiseer groepsbijeenkomsten waarin praktijkprofessionals en (oud)-studenten concrete praktijkvoorbeelden delen. Kies hierbij herkenbare thema’s zoals, omgaan met fouten en grenzen aangeven en zorg dat studenten hier ook op kunnen reflecteren.
Ondersteuning: Bied ook de mogelijkheid tot individuele coachingsgesprekken waarin ruimte is voor eigen ervaringen en/of je reflecteert met de student op de wekelijkse planning.
Reflecteren: Moedig studenten aan om situaties van anderen te spiegelen aan hun eigen ervaringen.
Help overzicht te creëren: Laat studenten werken met een fysieke agenda en leg het doel uit: overzicht, balans, acties plannen.
Trainen van sollicitatievaardigheden: Het kan studenten helpen om standaard sollicitatievragen met hen te oefenen, zoals “Vertel eens iets over jezelf”, “Wat zijn je sterke en zwakke punten?” en “Waarom wil je deze baan?”. Focus hierbij met de student ook op non-verbale communicatie. Laat studenten bijvoorbeeld oefenen met oogcontact, een goede handdruk en een open houding.
Laat studenten na rollenspellen reflecteren op wat goed ging en wat beter kon.
Successenlijst: laat studenten hun eerdere prestaties opschrijven, hoe klein ook, en koppel die aan vaardigheden. Vier deze successen ook, bijvoorbeeld als een student voor het eerst een brief durft te schrijven.
PRAKTISCHE TIPS
De arbeidscoach richt zich op het aanleren van werknemers-, communicatie-, en sollicitatievaardigheden. Door concrete instructies te geven, kan het zelfvertrouwen van de student toenemen. Doordat het zelfvertrouwen van de student groeit, gaat hij/zij goed voorbereid op sollicitatie.
Nazorg
De externe huiswerkbegeleider ondersteunt studenten bij het ontwikkelen van leerstrategieën en helpt hen bij het plannen en organiseren van hun schoolwerk. Zo helpt de begeleider, de studenten met het gebruiken van fysieke planners of agenda's om hun activiteiten te organiseren. Doordat de student leert schakelen tussen creatieve modus (bijvoorbeeld muziekproductie) en ‘zakelijke’ modus, ontwikkelt hij/zij belangrijke zakelijke vaardigheden, zoals plannings- en organisatievaardigheden die nodig zijn als professional.
Talentontwikkeling
In het traject is er aandacht voor verschillende thema’s (kennismaken, fouten maken, keuzes maken, positief terugblikken en vooruitkijken) in groepsbijeenkomsten en (facultatieve) individuele gesprekken. De carrière-coach is altijd een professional met praktijkervaring en brengt zo context-specifieke kennis in. De student reflecteert onder begeleiding op uitdagingen en successen en overweegt adviezen en spiegelt deze aan zijn/haar ervaringen. Dit helpt studenten dilemma's te verhelderen, onzekerheden onder ogen te zien en een beter beeld te krijgen van hun professionele rol en hierin te ontwikkelen. De coach stelt hierbij gerichte vragen, wat helpt om kritisch denken te stimuleren en studenten aan te moedigen om zelfstandig adviezen en oplossingen te beoordelen. Ook wordt er gewerkt met scenario's samen met een (oud)-professional, zo kunnen studenten oefenen met communicatiestrategieën om werkplekproblemen op te lossen. Het doel: de ontwikkeling van reflectie-, communicatie- en werknemersvaardigheden.
Carrièrecoach
Handelingsrepertoire gaat over het aandacht hebben in de begeleiding voor de kennis en vaardigheden die een student nodig heeft om werk te vinden of om de stage succesvol af te ronden. Het kan hierbij gaan om sollicitatievaardigheden, werknemersvaardigheden, zoals plannen en punctualiteit, communicatievaardigheden, en reflectievaardigheden. Het aanleren van voor de student relevante handelingsrepertoire draagt bij aan de ervaren competentie van de student. Door het opbouwen van kennis, vaardigheden en ervaring kan de student de opleiding of stage succesvol voltooien.
Hoe kan je het vormgeven?
Het ontwikkelen van het Handelingsrepertoire kan in de praktijk verschillende vormen hebben. De onderstaande voorbeelden zijn ter inspiratie van hoe je dit zelf ook in de onderwijspraktijk kan inzetten. Ieder voorbeeld draagt via een ander mechanisme bij aan het aanleren van voor de student relevante handelingsrepertoire. In voorbeeld 1 gaat het om adviezen overwegen en spiegelen, bij voorbeeld 2 is dit leren schakelen tussen creatieve en zakelijke modus en bij voorbeeld 3 over het stimuleren van zelfvertrouwen. Deze voorbeelden kunnen dienen als inspiratiebron als je met studenten wilt werken aan specifieke vaardigheden.
Hieronder staan een aantal werkvormen of manieren waarop je handen en voeten kunt geven aan dit element.
Reflectievragen in gesprekken:
Stimuleer studenten om na te denken over hun drijfveren door middel van concrete vragen die aansluiten bij hun belevingswereld. Vragen zoals:
Wat zou je willen doen als je klaar bent met school? Waarom?
Kun je je een moment herinneren waarop je trots was op jezelf, waarom was dit?
Wanneer wil je écht iets afmaken?
Wat voor soort opdrachten of taken vind je leuk om te doen? Waarom?
‘Wensen & behoeften’ kaart:
Laat studenten bijvoorbeeld een kaart invullen waarop ze hun wensen en behoeften benoemen op verschillende onderdelen uit hun leven, zoals opleiding, werk, vrije tijd en gezondheid. Of laat ze dit doen in de vorm van een collage of moodboard. Dit helpt om het gesprek concreet te maken en om vanuit een breder perspectief te kijken dan enkel vanuit de opleiding.
‘Motivatie-meter’:
Laat studenten bijvoorbeeld op vaste momenten hun motivatie scoren op een schaal, bijvoorbeeld een thermometer en kort toelichten waarom ze dat cijfer hebben gekozen. Wat zijn mogelijke oorzaken waardoor de motivatie afneemt?
Externe begeleiders kunnen, waar nodig, vanuit een breder perspectief reflecteren.
‘Dilemma op dinsdag’:
Laat studenten bijvoorbeeld oefenen met het maken van keuzes in gesimuleerde situaties (bijv. kiezen tussen twee stages of tussen werken en doorstuderen) of kiezen tussen twee dilemma’s. Bespreek wat de student motiveerde om die keuze te maken en wat ze daarin belangrijk vonden.
Actie-experimenten:
Moedig studenten aan om kleine acties te ondernemen op basis van hun wensen. Bespreek daarna wat ze hebben geleerd over zichzelf.
PRAKTISCHE TIPS
In de sessies kijkt de arbeidscoach samen met de student waar de student tegenaan loopt in de overstap naar werk of een vervolgopleiding. De arbeidscoach stimuleert de student om zelf oplossingen en mogelijkheden te bedenken en om deze ideeën vervolgens in de praktijk te testen. Dit doet de coach door een ondersteunende sfeer te creëren middels uitnodigende taal, zoals 'Wat zou voor jou een eerste kleine stap kunnen zijn?' of 'Hoe zou jij dit willen aanpakken?'. Dit helpt om het denkproces bij studenten te activeren en na te denken over uitdagingen en oplossingen, om vervolgens zelf stappen te zetten. Zo doen studenten praktijkervaring op met hun bedachte oplossingen. Hierdoor leren studenten begrijpen waarom bepaalde vaardigheden en kennis belangrijk zijn en krijgen ze meer inzicht in hun sterke en zwakke punten en ook in hun wensen en mogelijkheden. Door hierin inzicht te krijgen, gaat de student eigenaarschap ervaren over de (school)loopbaan en is beter in staat keuzes te maken over diens toekomst.
Nazorg
De externe huiswerkbegeleider houdt individuele reflectiegesprekken met studenten wanneer zij hier zelf behoefte aan hebben of wanneer de slb’er merkt dat de studievoortgang in gevaar komt. Tijdens deze gesprekken reflecteert de huiswerkbegeleider op een holistische manier met de student waar de studieproblemen vandaan komen en kunnen studenten persoonlijke problemen aankaarten. Het externe bureau biedt brede ondersteuning, zoals inhoudelijke begeleiding, leren leren en omgaan met motivatie en stress. Doordat het bureau extern is, kunnen de begeleiders helpen om vanuit een breder perspectief dan alleen vanuit het perspectief van de opleiding te reflecteren. Doordat de student zijn/haar wensen en behoeften leert kennen, ziet hij/zij in dat de opleiding een onderdeel is van hun professionele en persoonlijke ontwikkeling en kan het hen helpen om in te zien waar ze het beste prioriteiten kunnen leggen en om studeerproblemen aan te pakken.
Talentontwikkeling
PRAKTIJKVOORBEELDEN
Het element zelfinzicht gaat erover dat studenten zichzelf beter leren kennen. Ze krijgen een beter beeld van hun eigen wensen en behoeften, over wat hen motiveert om hun opleiding af te ronden en om passend werk te vinden. Doordat de student inzicht krijgt in wat diens wensen en behoeften zijn, raakt deze gemotiveerd om de opleiding te voltooien en passend werk te vinden.
Hoe kan je het vormgeven?
Het ontwikkelen van zelfinzicht kan in de praktijk verschillende vormen hebben. De onderstaande voorbeelden zijn ter inspiratie van hoe je dit zelf ook in de onderwijspraktijk kan inzetten en bevorderen. Ieder voorbeeld draagt via een ander mechanisme bij aan het vergroten van het zelfinzicht van de student. In voorbeeld 1 gaat het om het leren kennen van je eigen wensen en behoeften en bij voorbeeld 2 is dit het inzicht krijgen in je eigen mogelijkheden en wensen. Deze voorbeelden kunnen dienen als inspiratiebron als je met studenten wilt werken aan inzicht.
Zelfinzicht
PRAKTIJKVOORBEELDEN
Onderstaande tips kunnen ter inspiratie dienen voor begeleiders bij het ontwikkelen van en werken aan het zelfvertrouwen van de studenten.
Vaste reflectiemomenten:
Laat studenten op vaste momenten kort stilstaan bij praktijksituaties. Dit kan aan de hand van een reflectieformat, -dagboek of een voice-note waarin zij volgens een vaste structuur hun inzichten noteren. Dit helpt studenten om bewust hun aanpak bij te stellen en om te leren van wat wel of niet werkte.
Veilige gespreksomgeving:
Creëer een sfeer waarin fouten maken normaal is. Benoem expliciet dat gesprekken vertrouwelijk zijn en dat reflectie bedoeld is om te groeien.
Motiverende gespreksvoering:
Gebruik open en activerende vragen die studenten helpen om zelf richting te kiezen, zoals:
Wat wil je deze week proberen?
Hoe zou je dat kunnen aanpakken?
Wat is belangrijk voor jou in deze situatie?
Peer-ondersteuning:
Laat studenten onderling voorbeelden uitwisselen van experimenten die zij in de praktijk hebben uitgeprobeerd. Bespreek samen wat werkte en waarom.
Gerichte reflectievragen:
Gebruik concrete vragen om studenten te helpen structuur aan te brengen in hun reflectie, zoals:
Wat ging goed deze week?
Waar liep je tegenaan?
Wat zou je de volgende keer anders kunnen doen?
Wat wil je verder ontwikkelen of leren?
Leerdoelen & kleine experimenten:
Laat studenten leerdoelen formuleren en deze bijstellen op basis van hun ervaringen. Focus hierbij op kleine, haalbare acties, bijvoorbeeld: ‘Deze week ga ik tijdens een zorgmoment één keer zelf het gesprek starten door te vragen hoe de dag van de cliënt is.’ Maak vooruitgang zichtbaar door regelmatig terug te blikken op eerdere doelen en stil te staan bij kleine successen. Benoem daarbij expliciet wat een stap vooruit was.
Successenlijstje:
Laat studenten hun (kleine) successen fysiek of digitaal verzamelen in een persoonlijk ‘successenlijstje’. Dit maakt groei zichtbaar en vergroot het zelfvertrouwen.
Experimenteren in een authentieke setting:
Creëer ruimte voor experimenten en praktijkervaring in een professionele setting. Laat studenten bijvoorbeeld zelf ook meedenken en een evenement organiseren waarin zij praktijkervaring kunnen op doen en contacten moeten leggen met mensen uit het werkveld.
PRAKTISCHE TIPS
De praktijkexpert spreekt de student op de stage wanneer de student daar behoefte aan heeft. De praktijkexpert begeleidt studenten bij het reflecteren. De focus ligt hierbij op: sterke kanten, eigen gedrag, beslissingen en leerprocessen en dus niet alleen op resultaat. Vragen worden vanuit een motiverende gepreksvoering gesteld zoals: wat ging goed? waarom gingen bepaalde dingen goed of minder goed? De student reflecteert op de stage, dit helpt om bewustwording te vergroten en om een beter beeld te krijgen van de invloed van het eigen gedrag en houding op het leerproces en de stage, zelf regie te nemen en oplossingen te bedenken. Het zelf oplossingen bedenken en keuzes maken versterkt de autonomie, het zelfvertrouwen en de professionele identiteit van de student. Daarnaast helpt de motiverende gespreksvoering en het richten op sterke kanten om een omgeving te creëren waarin studenten zich gesteund voelen, vragen durven te stellen en fouten durven te maken.
Co-creatie
Bij dit voorbeeld wordt door studenten, docenten en alumni een netwerkfestival georganiseerd, waarbij de student optreed op een echt podium voor een publiek en hij/zij oefent in een professionele omgeving. Het oefenen in een professionele omgeving maakt de overstap naar het werkveld makkelijker en zorgt ervoor dat de student succeservaringen opdoet met het optreden. In combinatie met positieve feedback vergroot dit het zelfvertrouwen van de studenten en het gevoel van verbondenheid met het werkveld. Daarnaast hebben studenten de mogelijkheid om professionals te ontmoeten. Door deze ervaringen groeit de student als professional.
Talentontwikkeling
In groeps- en individuele sessies geeft de carrièrecoach tips vanuit zijn/haar praktijkervaring en begeleidt hij/zij de student om concrete handelingen en gesprekken op stage uit te proberen. De coach gaat vervolgens in gesprek met de student om te reflecteren op wat de student in de praktijk heeft gebracht en hoe dit is verlopen. Op basis hiervan kan de student samen met de coach nadenken over eventuele vervolgstappen. De coach denkt mee en luistert, waardoor studenten zich veilig en competent genoeg voelen om zelf oplossingen te bedenken en te experimenteren. Door de experimenteerruimte krijgen studenten meer grip op het handelen op stage, wat leidt tot positieve stage-ervaringen en het goed benutten van stages voor professionele ontwikkeling: de student leert regie nemen en oplossingen bedenken. Deze kleine succeservaringen en constructieve feedback vergroten het zelfvertrouwen.
Carièrecoach
Studenten ontwikkelen het zelfvertrouwen om kansen te grijpen, vragen te stellen en uitdagingen aan te gaan. Doordat de student tips krijgt, kan reflecteren of (onder begeleiding) kan oefenen en uitproberen, groeit het zelfvertrouwen van de student en kan deze meer regie nemen en oplossingen bedenken voor problemen. Het helpt de student om de opleiding soepel te doorlopen. Ook draagt zelfvertrouwen bij aan de motivatie van de student. Dankzij zelfvertrouwen creëert de student ook leermogelijkheden, door bijvoorbeeld vragen te stellen of moeilijke taken en opdrachten in de opleiding op zich te nemen.
Hoe kan je het vormgeven?
Het ontwikkelen van zelfvertrouwen kan in de praktijk verschillende vormen hebben. De drie onderstaande voorbeelden zijn ter inspiratie van hoe je dit zelf ook in de onderwijspraktijk kan inzetten. Ieder voorbeeld draagt via een ander mechanisme bij aan het groeien van zelfvertrouwen bij de student. In voorbeeld 1 gaat het om experimenteerruimte, bij voorbeeld 2 is dit succeservaringen opdoen en bij voorbeeld 3 over de reflectie op eigen handelen. Deze voorbeelden kunnen dienen als inspiratiebron als je met studenten wilt werken aan zelfvertrouwen.
Zelfvertrouwen
Onderstaande tips kunnen ter inspiratie dienen voor begeleiders bij ondersteuning rondom de verbinding van school en praktijk bij de studenten.
De praktijk concreet maken in de klas. Breng de beroepspraktijk zichtbaar naar binnen door middel van realistische voorbeelden en contact met professionals. Nodig bijvoorbeeld professionals uit het werkveld uit om echte voorbeelden, dilemma’s en ervaringen te delen. Organiseer bijvoorbeeld speeddates waarin studenten korte gesprekken voeren met verschillende professionals.
Voorbereiden op contact met professionals: Help studenten om met meer vertrouwen gesprekken aan te gaan met mensen uit het werkveld. Oefen gesprekken of speeddates in de les, waarbij studenten leren vragen stellen, zich voorstellen en actief luisteren. Geef studenten een korte ‘praatkaart’ mee met vragen als: Wie ben ik? Wat wil ik leren? Wat wil ik vragen?
Kennismaken met verschillende werkplekken: Stimuleer studenten om breed te oriënteren voordat zij keuzes maken. Organiseer of stimuleer korte kijk- of meeloopdagen bij verschillende organisaties en laat studenten na afloop noteren: Wat past bij mij? Wat niet?
Kleine, haalbare praktijkopdrachten: Laat studenten op een laagdrempelige manier ervaring opdoen in de praktijk.
Bouwen aan het netwerk van studenten: Help studenten om actief contacten te leggen in het werkveld. Organiseer netwerkactiviteiten zoals bedrijfsbezoeken, meeloopdagen of online kennismakingen met professionals.
Overzichtelijke en afgestemde begeleiding: Maak helder wie welke rol heeft in de begeleiding en hoe dit voor studenten zichtbaar wordt.
PRAKTISCHE TIPS
In de sessies brengt de arbeidscoach de student in contact met potentiële werkgevers en voert de coach een arbeidsmarkt gesprek. Hierdoor krijgen studenten toegang tot arbeidsmarktinformatie en mogelijkheden om hun netwerk uit te breiden. Ook organiseren de coaches netwerkbijeenkomsten en bieden ze stages en werkervaringsplekken aan om studenten een beter beeld van het werkveld te geven. Doordat de student het werkveld leert kennen, wordt zijn/haar netwerk vergroot. Ook leren studenten meer over concrete mogelijkheden en krijgen ze een beter begrip van de arbeidsmarkt. De persoonlijke begeleiding en expertise uit het netwerk inspireren en motiveren studenten om actief met hun loopbaan aan de slag te gaan. Studenten voelen zich beter voorbereid, hebben toegang tot relevante contacten en weten ze zichzelf te positioneren. Deze begeleiding zorgt voor een soepelere overgang van school naar werk.
Nazorg
De praktijkexpert is de schakel tussen school (slb’er) en stage (werkbegeleider). De verantwoordelijkheid voor de begeleiding is daarmee verdeelt. De praktijkexpert observeert de student op de werkvloer, geeft praktijkgerichte feedback en volgt de leerontwikkeling. De werkbegeleider blijft verantwoordelijk voor de dagelijkse begeleiding op de stageplek en de slb’er coördineert de voortgang van de student vanuit de opleiding, bewaakt dat de leerdoelen van de stage aansluiten op het bredere studieprogramma en biedt ondersteuning bij problemen. De praktijkexpert heeft zowel regelmatig contact met de werkbegeleider als met de slb’er en samen maken ze heldere afspraken over verantwoordelijkheden. Dit zorgt voor een nauwe samenwerking tussen school en stage en voor afgestemde, consistente begeleiding voor de student. Door deze afgestemde begeleiding/bijsturing vanuit verschillende perspectieven, is er op school beter zicht op hoe het met de student gaat en weet de student ook beter wat er verwacht wordt en voelt die zich gesteund in diens ontwikkeling.
Co-creatie
Bij deze aanpak werd er een netwerkfestival georganiseerd. In de organisatie van dit festival werken studenten samen met professionals en alumni uit de muziekscene. Het festival is gericht op ontmoeting, het delen van ervaringen, netwerken en het afstemmen van vraag en aanbod. Studenten en alumni kunnen live optreden voor een publiek en voor de aanwezige talentscouts en vertegenwoordigers van de muziekindustrie. Ook kunnen ondersteuners, zoals technici en cateraars, helpen bij het festival. Het optreden voor een live publiek stimuleert inspiratie en samenwerking. Door die nauwe samenwerking met het werkveld kan de student al tijdens de opleiding op een laagdrempelige, informele manier contacten leggen en een professioneel netwerk opbouwen en zo onderdeel worden van de muziekcommunity. Hierdoor is de brug tussen school en werk minder groot en biedt het kansen voor samenwerkingen en het vinden van betaald werk.
Talentontwikkeling
De coach komt oorspronkelijk uit de praktijk. Doordat de carrièrecoach deze praktijkervaring meeneemt in de coaching, bijvoorbeeld door het delen van eigen drijfveren, praktijkgerichte tips of ideeën, wordt praktijkervaring ingebed in de opleiding en dat verlaagt de drempel voor studenten tussen onderwijs en praktijk. Daarnaast helpt de coach studenten om gesprekken te voeren met professionals in het werkveld. Dit geeft studenten de mogelijkheid het (bredere) werkveld te leren kennen en loopbaanplannen te maken die aansluiten bij hun ambities en mogelijkheden. De kloof tussen onderwijs en praktijk wordt hierdoor kleiner en de kans op het behoud van studenten en uitstroom naar een passende context groter.
Carièrecoach
PRAKTIJKVOORBEELDEN
Praktijkgerichte leeromgevingen en persoonlijke begeleiding kunnen de motivatie versterken. Door de praktijk in de opleiding te integreren, bijvoorbeeld door ervaringen van professionals een plek te geven of studenten onder begeleiding in een professionele setting te plaatsen, is de student gemotiveerd om de opleiding af te ronden. Door veilig te leren en oefenen in een realistische praktijkcontext, wordt de overgang tussen opleiding en praktijk bij een eerste baan ook minder groot.
Hoe kan je het vormgeven?
Het werken aan de verbinding tussen school en praktijk kan verschillende vormen hebben. De onderstaande voorbeelden zijn ter inspiratie van hoe je dit zelf ook in de onderwijspraktijk kan inzetten. Ieder voorbeeld draagt via een ander mechanisme bij aan het verbinden van school en praktijk. In voorbeeld 1 gaat het om een coach die uit de praktijk komt en zo praktijkervaring met zich meebrengt, bij voorbeeld 2 ligt de focus op de samenwerking met professionals in het veld, bij voorbeeld 3 gaat het om het zorgen voor afgestemde begeleiding en bij voorbeeld 4 gaat het over het werkveld leren kennen. Deze voorbeelden kunnen dienen als inspiratiebron als je met studenten wilt werken aan een soepele overgang tussen de opleiding en praktijk.
Verbinding school & praktijk
Onderstaande tips kunnen ter inspiratie dienen voor begeleiders bij ondersteuning rondom netwerken bij studenten.
Netwerkvaardigheden oefenen in de klas. Creëer een laagdrempelige en veilige omgeving waarin studenten kunnen oefenen met kennismaken en zichzelf presenteren.
Voorbeeldvragen formuleren. Help studenten om goed voorbereid in gesprek te gaan met mensen uit het werkveld. Laat hen bijvoorbeeld vooraf vragen formuleren die zij kunnen stellen tijdens een bedrijfsbezoek, stage of gastles.
Stapsgewijs netwerkmomenten opbouwen. Introduceer netwerkervaringen in kleine, haalbare stappen zodat studenten vertrouwen opbouwen in het contact maken met professionals. Denk hierbij aan gastlessen, speeddates met alumni, rondleidingen in bedrijven of meeloopmomenten met een professional.
Een persoonlijke ‘netwerkkaart’ maken: Laat studenten visueel in kaart brengen welke mensen in hun netwerk zitten en waar kansen liggen om dit netwerk uit te breiden. Bespreek met hen wie hen zou kunnen helpen of wat ze zouden willen leren.
Netwerk-successen vieren: Maak ook kleine stappen zichtbaar. Door successen te vieren groeit het vertrouwen van studenten om nieuwe contacten te leggen.
PRAKTISCHE TIPS
In de sessies brengt de arbeidscoach de student in contact met potentiële werkgevers en voert de coach een arbeidsmarkt gesprek. Hierdoor krijgen studenten toegang tot arbeidsmarktinformatie en hebben zij mogelijkheden om hun netwerk uit te breiden. Ook organiseren de coaches netwerkbijeenkomsten en bieden ze stages en werkervaringsplekken aan om studenten een beter beeld van het werkveld te geven. Doordat de student het werkveld leert kennen, wordt zijn/haar netwerk vergroot.
Nazorg
Bij deze aanpak werd er een netwerkfestival georganiseerd. In de organisatie van dit festival werken studenten samen met professionals en alumni uit de muziekscene. Het festival is gericht op ontmoeting, het delen van ervaringen, netwerken en het afstemmen van vraag en aanbod. Studenten en alumni kunnen live optreden voor een publiek en voor de aanwezige talentscouts en vertegenwoordigers van de muziekindustrie. Ook kunnen ondersteuners, zoals technici en cateraars, helpen bij het festival. Het optreden voor een live publiek stimuleert inspiratie en samenwerking. Door die nauwe samenwerking met het werkveld kan de student al tijdens de opleiding op een laagdrempelige, informele manier contacten leggen en een professioneel netwerk opbouwen en zo onderdeel worden van de muziekcommunity.
Talentontwikkeling
PRAKTIJKVOORBEELDEN
Netwerken ondersteunt een soepele overgang naar het werkveld. Informele netwerken bieden kansen voor samenwerking en het vinden van betaald werk, een traditioneel kenmerk van succes na het behalen van een diploma. Het netwerken stelt de student in staat om een soepele overgang naar het werkveld te kunnen organiseren.
Hoe kan je het vormgeven?
Het bevorderen van netwerken kan in de praktijk verschillende vormen hebben. De onderstaande voorbeelden zijn ter inspiratie van hoe je dit zelf ook in de onderwijspraktijk kan inzetten. Ieder voorbeeld draagt via een ander mechanisme bij aan het ondersteunen van studenten in netwerken. In voorbeeld 1 gaat het om samenwerken met professionals in het veld en bij voorbeeld 2 gaat het om het werkveld leren kennen. Deze voorbeelden kunnen dienen als inspiratiebron als je met studenten wilt werken aan netwerken.