(mijn klas en organisatie)

De ik en mijn context

Tips voor verdieping!

Tips voor verdieping!

Intersectionaliteit
Diversiteit gaat dus niet alleen over afzonderlijke kenmerken zoals afkomst, gender of sociaaleconomische positie, maar juist ook over de manier waarop deze factoren elkaar beïnvloeden. Dit wordt intersectionaliteit genoemd.

“Intersectionaliteit is het idee dat verschillende delen van je identiteit, zoals je geslacht, gender, seksualiteit, ras, klasse, religie, gezondheid, en nog veel meer, elkaar beïnvloeden. Dat betekent dat je in een analyse van ongelijkheden het nooit enkel moet hebben over één van die stukjes identiteit: je kan het niet enkel hebben over vrouwen, mensen van kleur, etcetera, zonder oog te hebben voor de verschillen binnen die groepen. Het maakt voor de manier waarop je in de maatschappij staat immers alle verschil of je behalve vrouw zwart bent of wit, lesbisch of heteroseksueel, hoog- of laagopgeleid, religieus of niet.” (Movisie, 2021)

In dit hoofdstuk worden belangrijke concepten zoals diversiteit, intersectionaliteit, genderrollen en Cultureel Sensitief Lesgeven (CSL) toegelicht. Deze theoretische basis helpt bij het ontwikkelen van een breder perspectief en is de basis voor zelfreflectie. Zelfreflectie is een essentieel onderdeel van dit hoofdstuk, omdat het inzicht geeft in het eigen referentiekader en hoe dit van invloed is op de manier van lesgeven en de interactie met anderen.

Cultuur Responsief Lesgeven
Een bekende werkwijze binnen diversiteitsensitief lesgeven is Cultuur Responsief Lesgeven (CRL). Met CRL verbeter je als docent het lesgeven door diversiteit in de lessen te waarderen en benutten (Alhanachi, 2021). Cultureel responsief lesgeven houdt in dat je als docent erkent dat studenten verschillende achtergronden, ervaringen en perspectieven meenemen naar de klas. Je bent je bewust van deze diversiteit, je erkent de culturele achtergronden en integreert dit in je lesmethoden, communicatie en relatie met studenten. Door aan te sluiten bij hun culturele achtergrond, creëer je een gevoel van verbondenheid en stimuleer je hun motivatie, leerprestaties en welzijn. Op deze manier draagt cultureel responsief lesgeven bij aan kansengelijkheid (Alhanachi, Varsányi en Severs, 2024).

Daarnaast zoomen we in de handreiking in om de diversiteitsfactoren cultuur en gender.
Dit hoofdstuk biedt meer (theoretische) context over begrippen zoals genderrollen en Cultureel Responsief Lesgeven zodat dit meegenomen kan worden in de zelfreflectie en later tijdens het opbouwen van jouw lessen.

Genderrollen
Gender verwijst niet naar biologische verschillen tussen mannen en vrouwen maar naar onze ideeën over wat wij denken dat mannelijke en vrouwelijke rollen zijn (Alliantie Verandering van Binnenuit, 2023). “Deze genderrollen zijn historisch gegroeid, cultureel bepaald en afhankelijk van een specifieke sociaaleconomische, politieke en culturele context. Ze worden ook beïnvloed door bijvoorbeeld leeftijd, klasse en etniciteit, maar ook door religie en seksuele oriëntatie” (Alliantie Verandering van Binnenuit, 2023). Gender heeft dus betrekking op sociale en culturele verwachtingen, gedragingen en rollen die verbonden zijn vrouwelijkheid en mannelijkheid. Hiernaast brengen genderrollen ook verschillen in positie en invloed met zich mee (Verwey-Jonker Instituut, 2024).

Genderstereotypering
Er bestaan nog vaak traditionele ideeën over hoe de verschillende genders zich horen te gedragen (Atria, 2019). Deze beelden zijn gebaseerd op genderstereotypen. Voorbeelden hiervan zijn: “mannen werken en vrouwen zorgen. Of dat mannen natuurlijke leiders, ambitieus, assertief, atletisch en dominant zijn. En dat vrouwen juist affectief, naïef, vrolijk en gezellig, meelevend, gevoelig, vriendelijke en loyaal zijn.” (Atria, 2019).

Voorbeeld intersectionaliteit

Uit Inspiratiegids gender- (en cultuur) sensitief handelen (Verwey-Jonker Instituut, 2024):

“Een vrouw die geboren is in Nederland kan andere behoeften hebben in het vinden van werk dan een vrouw die niet geboren is in Nederland. Bijvoorbeeld in de ondersteuning bij het vinden van een netwerk, of indien deze niet in Nederland geboren vrouw ook moeder is, bij de opvang van haar kinderen. Kijk je alleen naar gender, of alleen naar moederschap, dan mis je een deel van het verhaal en wordt mogelijk niet de juiste aanpak gekozen. Het is daarom belangrijk om degene die je naar werk begeleidt goed te leren kennen en niet af te gaan op één kenmerk van de persoon, zoals alleen gender of alleen cultuur. Het is juist belangrijk iemand te zien als ‘mens’. In elke casus kan weer een ander aspect, of combinatie van aspecten belangrijk zijn. Op die manier combineer je een gendersensitieve met een cultuursensitieve aanpak.”

Tips voor verdieping!

Wat is diversiteit?

In dit hoofdstuk verkennen we waarom zelfreflectie op deze drie onderdelen (wie ben ik?, mijn klas en de organisatie) een basis vormt voor diversiteitsensitief lesgeven. Daarnaast bieden we reflectievragen aan die je helpen na te denken over jezelf, de klas en de organisatie, zodat je inzicht krijgt in de factoren die jouw handelen en lesgeven beïnvloeden. Met deze bewustwording leg je de basis voor het ontwikkelen van een onderwijsmethodiek die niet alleen aansluit bij de leefwereld van de studenten, maar hen ook helpt om zich gezien en gewaardeerd te voelen. Daarnaast ondersteun je op deze manier jouw studenten om diversiteitsensitiviteit te ontwikkelen zodat de student in het werkveld iedereen professioneel en zonder oordeel kan ondersteunen.

(mijn klas en organisatie)

2.

De ik en mijn context

Tips voor verdieping!

Cultuur Responsief Lesgeven
Een bekende werkwijze binnen diversiteitsensitief lesgeven is Cultuur Responsief Lesgeven (CRL). Met CRL verbeter je als docent het lesgeven door diversiteit in de lessen te waarderen en benutten (Alhanachi, 2021). Cultureel responsief lesgeven houdt in dat je als docent erkent dat studenten verschillende achtergronden, ervaringen en perspectieven meenemen naar de klas. Je bent je bewust van deze diversiteit, je erkent de culturele achtergronden en integreert dit in je lesmethoden, communicatie en relatie met studenten. Door aan te sluiten bij hun culturele achtergrond, creëer je een gevoel van verbondenheid en stimuleer je hun motivatie, leerprestaties en welzijn. Op deze manier draagt cultureel responsief lesgeven bij aan kansengelijkheid (Alhanachi, Varsányi en Severs, 2024).

Tips voor verdieping!

Daarnaast zoomen we in de handreiking in om de diversiteitsfactoren cultuur en gender.
Dit hoofdstuk biedt meer (theoretische) context over begrippen zoals genderrollen en Cultureel Responsief Lesgeven zodat dit meegenomen kan worden in de zelfreflectie en later tijdens het opbouwen van jouw lessen.

Genderrollen
Gender verwijst niet naar biologische verschillen tussen mannen en vrouwen maar naar onze ideeën over wat wij denken dat mannelijke en vrouwelijke rollen zijn (Alliantie Verandering van Binnenuit, 2023). “Deze genderrollen zijn historisch gegroeid, cultureel bepaald en afhankelijk van een specifieke sociaaleconomische, politieke en culturele context. Ze worden ook beïnvloed door bijvoorbeeld leeftijd, klasse en etniciteit, maar ook door religie en seksuele oriëntatie” (Alliantie Verandering van Binnenuit, 2023). Gender heeft dus betrekking op sociale en culturele verwachtingen, gedragingen en rollen die verbonden zijn vrouwelijkheid en mannelijkheid. Hiernaast brengen genderrollen ook verschillen in positie en invloed met zich mee (Verwey-Jonker Instituut, 2024).

Genderstereotypering
Er bestaan nog vaak traditionele ideeën over hoe de verschillende genders zich horen te gedragen (Atria, 2019). Deze beelden zijn gebaseerd op genderstereotypen. Voorbeelden hiervan zijn: “mannen werken en vrouwen zorgen. Of dat mannen natuurlijke leiders, ambitieus, assertief, atletisch en dominant zijn. En dat vrouwen juist affectief, naïef, vrolijk en gezellig, meelevend, gevoelig, vriendelijke en loyaal zijn.” (Atria, 2019).

Voorbeeld intersectionaliteit

Uit Inspiratiegids gender- (en cultuur) sensitief handelen (Verwey-Jonker Instituut, 2024):

“Een vrouw die geboren is in Nederland kan andere behoeften hebben in het vinden van werk dan een vrouw die niet geboren is in Nederland. Bijvoorbeeld in de ondersteuning bij het vinden van een netwerk, of indien deze niet in Nederland geboren vrouw ook moeder is, bij de opvang van haar kinderen. Kijk je alleen naar gender, of alleen naar moederschap, dan mis je een deel van het verhaal en wordt mogelijk niet de juiste aanpak gekozen. Het is daarom belangrijk om degene die je naar werk begeleidt goed te leren kennen en niet af te gaan op één kenmerk van de persoon, zoals alleen gender of alleen cultuur. Het is juist belangrijk iemand te zien als ‘mens’. In elke casus kan weer een ander aspect, of combinatie van aspecten belangrijk zijn. Op die manier combineer je een gendersensitieve met een cultuursensitieve aanpak.”

Tips voor verdieping!

Intersectionaliteit
Diversiteit gaat dus niet alleen over afzonderlijke kenmerken zoals afkomst, gender of sociaaleconomische positie, maar juist ook over de manier waarop deze factoren elkaar beïnvloeden. Dit wordt intersectionaliteit genoemd.

“Intersectionaliteit is het idee dat verschillende delen van je identiteit, zoals je geslacht, gender, seksualiteit, ras, klasse, religie, gezondheid, en nog veel meer, elkaar beïnvloeden. Dat betekent dat je in een analyse van ongelijkheden het nooit enkel moet hebben over één van die stukjes identiteit: je kan het niet enkel hebben over vrouwen, mensen van kleur, etcetera, zonder oog te hebben voor de verschillen binnen die groepen. Het maakt voor de manier waarop je in de maatschappij staat immers alle verschil of je behalve vrouw zwart bent of wit, lesbisch of heteroseksueel, hoog- of laagopgeleid, religieus of niet.” (Movisie, 2021)

In dit hoofdstuk worden belangrijke concepten zoals diversiteit, intersectionaliteit, genderrollen en Cultureel Sensitief Lesgeven (CSL) toegelicht. Deze theoretische basis helpt bij het ontwikkelen van een breder perspectief en is de basis voor zelfreflectie. Zelfreflectie is een essentieel onderdeel van dit hoofdstuk, omdat het inzicht geeft in het eigen referentiekader en hoe dit van invloed is op de manier van lesgeven en de interactie met anderen.

Wat is diversiteit?

In dit hoofdstuk verkennen we waarom zelfreflectie op deze drie onderdelen (wie ben ik?, mijn klas en de organisatie) een basis vormt voor diversiteitsensitief lesgeven. Daarnaast bieden we reflectievragen aan die je helpen na te denken over jezelf, de klas en de organisatie, zodat je inzicht krijgt in de factoren die jouw handelen en lesgeven beïnvloeden. Met deze bewustwording leg je de basis voor het ontwikkelen van een onderwijsmethodiek die niet alleen aansluit bij de leefwereld van de studenten, maar hen ook helpt om zich gezien en gewaardeerd te voelen. Daarnaast ondersteun je op deze manier jouw studenten om diversiteitsensitiviteit te ontwikkelen zodat de student in het werkveld iedereen professioneel en zonder oordeel kan ondersteunen.